Vorm is leegte

Wakker worden met een koor van merels, iets schoons grissen

uit stapels shirts & broeken, een meute aan voornemens trotseren,

je een weg banen door de koelkast, door de overvolle bestekla.

Uit de radio het gedruis van opinies horen, op je mobiel

door een stroom van meldingen waden, stevig kauwen, zoeken

in je achttienhonderd en nog wat contacten, je koffiemok in de vaatwasser proppen.

Alert zijn in de zwerm, file rijden, drommen liedjes luisteren –

gewoel van fietsers, een bomvolle parkeergarage.

Dan de golf van besprekingen, vergaderingen, belafspraken.

Het wemelt van de beweringen, actiepunten. Tegen de avond

trekt het legioen in optocht naar buiten, scrollend door de schare van  WhatsApp-berichten

op weg naar de stellingen in de supermarkt.

In de nacht stuit je op een stoet aan gedachten,

zorgen, scenario’s. Buiten het geluid van een trein; binnen

gewoel en jeuk. In je halfslaap moet je kiezen uit wel tien soorten wasmiddel,

twintig soorten bonen, dertig soorten rode wijn. Een stem

herinnert je: jezelf bestuderen is jezelf vergeten.

Zo wordt je één met de tienduizend dingen.

(2024)

*) Een commentaar op de Hartsutra. In de Zen-traditie wordt de Hartsutra vaak gereciteerd en bestudeerd. De Hartsutra behandelt het concept van leegte, wat een fundamenteel begrip is in de Mahayana-filosofie. In de zentraditie is een commentaar geen uitleg of interpretatie, maar een dialoog met de tekst van de sutra.

Conservatie

In de kast onder de trap bewaart hij een zaklamp,

een radio op zonne-energie, een isolatiedeken,

een draagbaar gasstel, waterflessen,

een tas met EHBO-materiaal.

Het hele universum werkte samen

bij het maken van het flesje Betadine. Regen uit de wolken,

zonlicht, jood uit de aarde, polymeren van aardolie,

mensenhanden,  vuur in de fabriek.

De krachten van de kosmos

brachten ook naar zijn opbergkast: een fondueset,

een dweil, een stofzuiger, brokken voor zijn overleden hond,

een metaaldetector.

Hij is van het grootste cohort, dat van ’64.

Hij werd vrijgesteld van alles, zelfs

van het huwelijk. Op doordeweeks dagen gaat hij op pad,

op zoek naar munten, messen, revolvers.

Op een ochtend graaft hij een skelet op

met een kettinkje om de hals en een militaire dog tag.

Het gebeente heeft zijn voorletters, zijn lengte,

zijn bloedgroep.

(2024)

Rendez-vous

Zij

weet niet waar hij vandaan komt,

waar hij woont,  hoe oud hij is, wat zijn beroep inhoudt.

Ze vindt dat hij welgevormde handen heeft,

goede schoenen draagt.

Hij

kent haar leeftijd niet, spreekt niet haar taal,

heeft geen idee wat haar adres is,

of ze broers of zussen heeft. Haar geur

verrukt hem.

Het moment

waarop ze elkaar

in een kamer met dichte gordijnen

in het halfdonker beroeren

is magisch.

(2024)

Eindspel

Iemand

doorzoekt je kledingkast, kiest iets nets uit, 

belt je huisarts, je jogginggroep.

Iemand

leest je Whatsappberichten, gaat door je contacten,

checkt je foto’s en je pasjes.

Iemand

maakt je aanrecht leeg, ruimt je koelkast op,

controleert je laptop en je emailverkeer.

Iemand

zegt je krant op, je telefoonabonnement,

je verzekeringen, je sportschool.

Iemand

neemt je ordners door, je administratie,

kijkt in je auto en onder je bed.

Iemand

geeft je horloge weg, je fiets,

je snoeischaar en – ook dat nog –  je boeken.

Iemand

trekt een jas van je aan, geeft je planten water,

gooit je schoenen weg.

Iemand

leest je gedichten.

(2024)

Voortekenen

Hij spiedde wat af, leidde een loerend bestaan, 

was altijd op zoek naar voorboden

– een vaag signaal.

Begon er houtrot in het dak? Schemerde er migraine?

Kon hij vermoeden dat ineens

de treinen niet zouden rijden?

Vaak hield hij als een hond

zijn oren naar voren. Hij leefde als een persoonsbeveiliger

wilde tellen voor twee.

Het weer bevestigde hem erin dat alles

zich aankondigt. Wolken die samentrekken,

wind die opsteekt, gerommel in de verte.

De kunst van het leven, meende hij,

is alert te zijn. Bij geen enkele muzieknoot

een voorteken te missen.

Op een dag koopt hij voor € 444,-

aan materialen in de bouwmarkt. Bij het afrekenen

kijkt hij op zijn mobiel en ziet: het is 14:44u.

(2024)

Verlies

Je zoon is ontroostbaar – het bestand

waaraan hij dagen werkte blijkt niet opgeslagen,

herstelpogingen hebben geen zin. Wat het hart van een kind breekt

leidt tot kortsluiting in de hersens van de ouder.

Je vertelt over je studievriend Steven

wiens huis afbrandde met scriptie en al waardoor

een jaar zwoegen voor niets was geweest.

Maar het beurt hem niet op.

Toen je als junior op een ministerie begon,

zetelde in de kamer naast jou een man

die zeven jaar aan een nieuwe wet werkte totdat

deze door de Tweede Kamer werd ingetrokken.

De vrouw van Hemingway ging met een koffer

vol manuscripten naar Lausanne om haar man te verrassen

tijdens vakantie. Ze werd beroofd op het station:

álle verhalen weg en ook de kopieën van carbon….

Lucien Freud raakte bij Veilinghuis Sotheby

een schilderij kwijt: werklieden dachten

dat de houten verpakking leeg was en gooiden

£100.000 aan waarde in de verkruimelaar.

In 1987 ontwierp Mario Bellini voor Olivetti

een babyblauwe draagbare typemachine –

het ultiem vormgegeven model. Gelijktijdig echter

deed de personal computer zijn intrede.

Je zoon hoort het aan en vertelt dan

over een game met daarin een motto

dat wordt toegeschreven aan Hemingway:

Never discuss casualties.’

(2022)

Herstelwerk

Het wordt een stroeve oefening

naarmate je ouder wordt: bij kunstlicht

een draad door het oog van een naald wurmen

zoals je vroeger een krans madeliefjes vlocht.

Het gaat om dat T-shirt met vier knoopjes

dat je in de zomer van ’86 droeg

onder een jasje met ferme schoudervullingen,

allicht met de knoopjes open.

Het shirt dwaalde jaren door je kasten:

van de plank met favorieten

naar het schap met overtolligheden en daarna

de lade met nachtgoed.

Nu mist er één knoopje als een woord dat ontbreekt

in een klassieke tekst. Al je aandacht gaat uit

naar de reparatie, terwijl je de lindebomen ruikt

van die ene zomeravond, destijds, in het park.

(2022)

Schoon schip

Hij wil het netjes achterlaten.

Met een perforator bewerkt hij een getuigschrift

stopt het in een ordner.

Dan de beoordelingsformulieren. Hij slaat er een nietje door

en bergt ze op in de onderste lade

van het eikenhouten bureau.

Daarna de persoonlijkheidstest:

hij pakt de Tipp-Ex, lakt wat weg

en doet ‘m in een snelhechter van Leitz.

Met z’n Watermanpen zet hij met zorg

een naam en telefoonnummer op een kaartje,

straks vindbaar in de Rolodex.

De scheur in het certificaat van echtheid

heelt hij met plakband om het vervolgens

op zijn brievenbakje te leggen.

De pensioenoverzichten verbindt hij

met een paperclip waarna ze in het duister

van een dossierkast verdwijnen.

De ondershandse akte van schuld

rolt hij op als een wrap en windt er een lint omheen

van zwart fluweel.

De geheimhoudingsverklaring

knipt hij met een schaar in heel veel stukjes,

bestemd voor de prullenbak.

Uit de printer rolt het fameuze gedicht

De tuinman en de dood van Van Eyck: hij plakt

er een gele Post-it op en schrijft

een paar terloopse woorden.

(2022)

Lessen voor het leven

Je leerde ervan geduldig te zijn,

moed te houden. Je leerde ervan in de kou te staan,

vooruit te denken, te improviseren. Je leerde

de tijd te vergeten en dankbaar te zijn.

Je leerde Frans spreken,

en voorkomend te zijn. Je leerde spontaan te zijn

en wellevend. En wanneer je wel over politiek kunt praten

en wanneer niet.

Je leerde ervan je zesde zintuig te volgen,

alert te zijn, kieskeurig te zijn, nee te zeggen.

En je leerde er het belang door kennen

van goede schoenen.

Je leerde ervan dat iedereen loslippig wordt

als het over hobby’s gaat. Dat alles een kwestie is

van afstemming. En je leerde erdoor

het onverwachte te omarmen.

(2022)

In de buurt

Meestal zitten ze in de buurt. Ze lijken op vlinders

die als rups uit een ei komen, ontzettend veel moeten eten

en dan van gedaante veranderen.

Je kunt ze meekrijgen met een lokmiddel,

te koop in speciale winkels. Maar iedereen in de buurt

profiteert daarvan mee.

Je moet ze voeren. Voeren zoals je vogels doet

en je vrienden. Alles draait om volstouwen. Als je ze volpropt

worden ze aanhankelijk.

Met krachtvoer breng je de niveaus omhoog

en bevorder je de evolutie. Gras en blaadjes zijn belangrijk,

maar de sterken ontsnappen het eerst.

Hoe meer voetstappen, hoe verder weg ze zijn. En des te verder je gaat,

hoe zeldzamer de vondst. Soms hoef je maar een paar kilometer,

soms wel vijf. Of tien.  

Overal houden ze zich schuil. Je moet snel zijn

en slim. En goed navigeren natuurlijk:

met een radar kom je nóg dichterbij.

Soms moet je hard gooien,

soms zacht. Je krijgt extra punten voor hoe je de bal gooit.

Maar wees voorzichtig. 

De een is sterker dan de ander en elk type

heeft een natuurlijke omgeving. In de ochtend

is die bovendien vaak anders dan in de avond.

Het brengt je op bijzondere plekken,

maar hou je aan de regels: ga niet op rails en rijbanen, hou je hoofd erbij

en respecteer kerken, begraafplaatsen en musea.

(2022)