Zonder hypotheek of rijbewijs
werkt de dichter Menno Wigman
aan zijn droom: zijn woorden
terugzien in een rouwadvertentie.
Geknipt en geschoren,
hang ik mij dagelijks
in het systeem en besta ervan,
kneed de woorden, voer ze weg.
Verlaten door een vrouw,
delft de dichter ’s nachts
als hij voor zichzelf niet meer bestaat,
en de geuren van de nacht voorbijdrijven.
De een wil gezien worden,
de ander nodig zijn. Een professional
ben ik niet, ik poets mijn teksten overdag, neurie,
en weet me doorgaans geen raad
met wat overblijft.
De dichter wordt romanticus genoemd,
een poète maudit.
Ik zou willen huren in zijn gedichten,
zijn moed willen hebben.
Wie de kruipruimte in durft,
kan ontsnappen aan de drijfjacht.
(2012)