Home

De jonge vrouw achter haar bureau,
heeft alle apparaten uitgezet. Haar vingers
zijn mager, de haren dun.
Had elke week maar een etmaal extra,
peinst ze. Liefst tussen vrijdag en zaterdag.
Dan waren de werkdagen korter, kon ik een avond dansen,
was ik minder snel jarig, kon ik vrienden zien,
mijn profiel bijhouden, foto’s ordenen.

Het kan onmerkbaar, denkt ze.
Gewoon, door die dag er tussen te passen
zoals je een dertiende maand uitbetaalt,
zoals je een harde pagina invoegt,
zoals met de zomertijd.
Niemand zal er last van hebben, de regering
zal gewaardeerd worden, de economie
zal groeien, de natuur zal zich plooien.

Het zou een dag zijn waarop ik kon slapen
denkt ze. Waarop iederéén kon slapen.
En ontbijten in rust. En knopen aanzetten,
schoenen poetsen.

Het zou een dag zijn om voor iemand te koken.

(2016)