Lidwoorden

Zij

weet niet waar hij vandaan komt,

waar hij woont,  hoe oud hij is, wat zijn beroep inhoudt.

Ze vindt dat hij welgevormde handen heeft,

goede schoenen draagt.

Hij

kent haar leeftijd niet, spreekt niet haar taal,

heeft geen idee wat haar adres is,

of ze broers of zussen heeft. Haar geur

verrukt hem.

Het

moment waarop ze elkaar

in een kamer met dichte gordijnen

in het halfdonker beroeren

is magisch.

(2024)

Print Friendly, PDF & Email